|
|
28 333 WAO-stelsel
Nr. 56 MOTIE VAN HET LID VENDRIK C.S.
Voorgesteld 19 april 2005, behandeld op 28 april a.s.
http://overheid-op.sdu.nl/cgi-bin/showdoc/pos=2/session=anonymous@3A4110126584/query=3/action=pdf/KST85967.pdf
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat in de keuringsprakijk voor de WAOonhelderheid
bestaat over de beoordeling van CVS/ME;
constaterende, dat in de keuringspraktijk verschillende opvattingen over
CVS/ME een rol spelen, die strijdig zijn met de officiële erkenning van
CVS/ME als aandoening, dan wel strijdig zijn met de individuele
claimbeoordeling voor de WAO;
van mening, dat deze onhelderheid, c.q. strijdigheid op zo kort
mogelijke termijn weggenomen dient te worden in het belang van cliënten
en in het belang van een eenduidige werkwijze inzake vaststelling van de
mate van arbeidsongeschiktheid; verzoekt de regering zo spoedig mogelijk
een officiële bevestiging te sturen aan het UWV van de regels met
betrekking tot CVS/ME, zoals in het verleden reeds vastgesteld in de
Richtlijn Medisch Arbeidsongeschiktheidcriterium, en nadien bekrachtigd
in het Schattingsbesluit 2000, opdat volledig duidelijk is, voor alle
keuringsartsen en anders professioneel betrokkenen, dat CVS/ME een
officieel erkende aandoening is, die als zodanig dient te worden bezien
bij de her/keuring voor de WAO, en dat cliënten met deze aandoening
strikt individueel beoordeeld dienen te worden, en gaat over tot de orde
van de dag.
Vendrik
De Wit
Bussemaker
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2004–2005
KST85967
0405tkkst28333-56
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2005 Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 28 333, nr. 56
--------------------------------------------------------------------------------------
28 333 WAO-stelsel
Nr. 57 MOTIE VAN HET LID VENDRIK C.S.
Voorgesteld 19 april 2005
http://overheid-op.sdu.nl/cgi-bin/showdoc/pos=1/session=anonymous@3A4110126584/query=4/action=pdf/KST85968.pdf
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat bij (her)keuring van WAO-ers waarbij een «zachte»
diagnose gesteld is en dientengevolge een dubbele (her)keuring
plaatsvindt; constaterende, dat deze dubbele keuringen er soms toe
leiden dat bijvoorbeeld cliënten met CVS/ME niet voldoende serieus
genomen worden, c.q. dat er soms überhaupt geen tweede keuring
plaatsvindt; van mening, dat een dubbele keuring daadwerkelijk moet
bijdragen aan een zorgvuldiger beoordeling van cliënten waarbij een
«zachte» diagnose is gesteld; verzoekt de regering dat cliënten bij
«zachte» diagnoses altijd het recht hebben op een tweede keuring,
uitgevoerd door een andere verzekeringsarts of arbeidsdeskundige,
en gaat over tot de orde van de dag.
Vendrik
De Wit
Bussemaker
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2004–2005
KST85968
0405tkkst28333-57
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2005 Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 28 333, nr. 57
|